|
Bespiegelingen naar aanleiding van de uitgifte van het boek “Collectie J.C. van Kessel”.
‘Wat we in elkaar herkenden, was dat we allebei vrije jongens zijn. Hij had iets onvoorwaardelijks, een gevoelige, bijna jongensachtige kant. Het was een man met een sterke wil, maar ook iemand die met liefde keek’
‘Jan werd aangetrokken door de kunst omdat dat een gebied was waarop hij nog niet helemaal thuis was, maar hij plukte er wel altijd mooi werk tussenuit. Hij hield van architectuur, was gevoelig voor mooie gebouwen’
NAVIGEREN NAAR DE TOEKOMST
Ik kijk nu in het late licht achter de wolken
de avond roept de dag terug en verder
Ad Arma
Interview van Cécile van der Heijden in een boek over de kunstcollectie van J.C. van Kessel
Onder het afdak in de tuin van Ad Arma (1954) - uitzicht op een bronzen beeld - maakt de kunstenaar, groot en robuust, het zich aangenaam met koffie en zware shag. Veelzijdig is hij in zijn werk dat bestaat uit beelden, etsen, schilderijen, maar ook keramiek en glas. Vogels zingen over, later in de nacht laat een uil zich horen vanuit de uiterwaarden, een egel ritselt door de struiken.
In het werk van de kunstenaar Ad Arma, letterlijk vertaald uit het Latijn ‘te wapen’ of ‘ten strijde’, schuilt een enorm krachtige energie en tegelijkertijd een grote gevoeligheid.
Ad Arma: “Kunst maken is je losmaken van alle conventies en zekerheden en blind gaan voor het enige belangrijke”. “Laatst stuurde een vriendin mij een filmpje toe. Op dat filmpje was een violist te zien die prachtige geluiden laat klinken bij de entree van de metro in Washington. De meeste voorbijgangers merken hem niet op, slechts een enkeling staat even stil om te luisteren. Hij speelt daar van de vroege ochtend tot laat in de avond. Na een dag spelen ligt er dertig dollar in zijn kist. Pas aan het einde van het filmpje zie je dat de betreffende violist de bekende Joshua Bell is. In het concertgebouw even verderop betaal je als bezoeker tachtig dollar per persoon voor een concert van hem. Dat filmpje laat zo goed zien dat schoonheid in het dagelijks leven nauwelijks nog wordt waargenomen. Mij motiveerde het enorm. Kunst maken doe ik niet voor iemand, ik doe het alleen omdat het gedaan moet worden.”
Spreekt en zoekt Arma rustig en werkt hij steeds gestaag door, niet meteen zichtbaar is de onrust die in hem schuilt.
Ad Arma: “In mij huist een storm, een onrust die me maakt tot een jager op het onverwacht verwachte. Het maakt dat je steeds alert bent, je antennes uit hebt staan, zoals een fotograaf die steeds een tweede stel ogen moet hebben. Iets moet even worden stilgezet. Je neemt iets waar en stapt uit alles wat je op dat moment moet doen, omdat het nu voorbijkomt en straks weer weggaat. Een creatief proces betekent voor mij het oppakken van stukjes die je meeneemt in een puzzel, een aftasten van de rand, een overweging van filosofische verbanden, een doorgronden van de complexiteit van het geheel. Het vinden van eenheid.”
In een boek over Arma noemen enkele galeriehouders de kunstenaar een wolf op de drempel. ‘De wolf die fungeert als tussenwezen, dat zwerft door ontoegankelijke streken ver voorbij het bereik van ons stervelingen en communiceert met krachten die wij als beschaafde cultuurwezens de rug toekeren. De wolf luistert aandachtig naar de fluisteringen uit de dieptes die wij vergaten en hoort iets uit het gemurmel van een ijzige bergbeek. Tot op zekere hoogte is Arma een versmelting van wolf en sjamaan, want hij brengt de naderende toekomst nog een stap dichterbij dan zijn Siberische evenknie. Dat doet hij doordat hij menselijke en veelal goed herkenbare symbolen, beelden en tekens kiest om zijn inspiratie te articuleren’.
Toch gaat Arma verder dan enkel het louter intuďtieve en instinctieve; oosterse en westerse filosofische ingevingen maken eveneens deel uit van zijn werk.
De fascinatie van Arma voor het sjamanisme bestaat vooral uit - net als bij zen - een aanwezigheid van het er zíjn.
Ad Arma: “Een eigen identiteit wordt daarmee een gedeelde eigen identiteit waarin een droom geprojecteerd kan worden. De metaforen waarlangs we communiceren verlopen via de verbeelding. Ik vind het niet bestaan van de werkelijkheid juist interessant. Je kunt het je eenvoudigweg niet permitteren om ergens van overtuigd te zijn, om stellige beweringen te poneren Als je van één werkelijkheid uitgaat, sluit je alles uit wat daar niet aan voldoet, sluit je ook al het onverwachte uit. Ik geloof dus ook niet in de kunst van het weglaten. Ik denk dat je eerst alles toe moet laten, daarna kun je altijd nog wat weglaten. Ik laat het onverwachte toe omdat er iets nieuws moet ontstaan, om deuren naar de toekomst te openen.”
Inspiratie vindt Ad Arma niet alleen in dat schemergebied van onderbewustzijn en bewustzijn, maar ook in het dagelijks leven, zowel dichtbij als veraf. Zijn onrust drijft hem tot reizen en ontdekken, waarbij hij over Arabische zeeën gevaren heeft, maar waarbij ook India, Nepal en Japan hem zintuiglijk inspireren en tot nieuwe overwegingen brengen. “Nieuwe impressies, landschappen, kleuren, geuren, gesprekken met mensen met een volkomen andere culturele achtergrond.” Nepalees rood en goudtinten, stukken wereldkaart, navigatiepunten, wiskundige Indiase basispatronen die op allerlei wijzen ingevuld kunnen worden, zijn in zijn etsen - die hij reisbrieven noemt - terug te vinden.
Japan heeft wellicht de grootste invloed op zijn werk. Zeventien jaar lang heeft hij in Nederland en Japan samengewerkt met een Japanse vriend, Jiro Inagaki, die hem onlangs ontviel.
Ad Arma: “Met hem samen kon ik jagen, experimenteren, diep gaan. Hetzelfde heb ik met een vriendin in India. Toen ik een paar dagen na zijn overlijden bij de etspers stond bij een ets van ons samen met het thema vriendschap, voelde ik dat hij naast me stond. Het was een vriendschap die tijdens ons leven het grootste deel van de tijd in fysieke afwezigheid plaatsvond. Een vorm van aanwezig zijn in het niet aanwezig zijn. Als ik hier naar de maan keek, werd die verlicht door zijn zon. We hadden ook wat met de schemering en met de avond,” vertelt Arma tijdens de avondval in zijn tuin. “Als het een regenachtige dag was, waarover iedereen klaagde, verzuchtte hij altijd, ‘Oh, what a beautiful greys’. Zelfs nu, voel ik de aanwezigheid van een niet aanwezige entiteit, een stevige hechting over de dood heen. Het thema vriendschap heeft me uiteindelijk wel honderdvijftig etsen laten maken.”
Ontroerend mooi is een ets waarbij hij twee van elkaar verwijderde punten verbindt met een fijne, sterke lijn die pure liefde laat zien.
Ad Arma: “De Japanners zijn in vergelijking met Nederlanders veel verder in hun ontwikkeling. Ze lezen mensen beter. Bijna alle Japanners hebben dat esthetisch ontwikkelde gevoel en tegelijkertijd dat getormenteerde omdat ze moeten leven met aardbevingen, tyfoons en tsunami’s. Ze realiseren zich de kracht van de natuur en de kwetsbaarheid van het bestaan.”
Zelf heeft hij met zijn Japanse vriend in een houten hutje bovenop een berg een tyfoon doorstaan.
Ad Arma: “Boven de wolken waren we toen die over ons raasde, eerst de ene kant op, vervolgens de andere kant op. Toen het voorbij was, was het even doodstil, daarna begon alles om ons heen weer te leven. Ik heb geluidsopnames gemaakt van de storm en van het bos dat zich daarna krakend terugbuigt en de toeterende insecten die weer opstijgen.”
Iedere avond gaat Arma zijn werkplaats in om de hele nacht door te werken. Avant-gardistische jazz fungeert voor hem als aanjager, dringt zijn cellen en zijn abstracte werk binnen. Temidden van foto’s, Aziatische beeldjes, prenten, oosterse en westerse filosofieboeken, kindertekeningen, foto’s, flarden poëzie en tekst, talloze tubes kleur en kaarsjes werkt hij gestaag door aan vooral etsen en schilderijen tot de eerste vogels gaan fluiten.
Ad Arma: “Hoe veel ik ook van vogels houd, als die eerste vogel klinkt, dan lig ik er met een klap uit, dan is de nacht me ontstolen.”
Met zijn leefritme heeft hij ook de Aziatische tijdklok overgenomen. Het continent dat hem steeds meer trekt.
Ad Arma: “Wellicht wil ik er nog een tweede atelier. Het is ook het continent waar ik mijn grote installaties en projecten heb gemaakt en mijn workshops geef. Het hele gereguleerde van de samenleving hier staat me zo tegen. Regel na regel en wet na wet stapelen zich al dertig jaar op. Alsof alles van hogerhand te beheersen is. In India zie je dat alles zichzelf prima regelt. Aziaten handelen vanuit een grote sociaal-associatieve intelligentie die een vrijheid geeft die wij ons hebben laten ontnemen. Het vertrouwen hier is weg, ik vind dat het begin van degeneratie. In Azië is de ondernemingslust gewoon een vanzelfsprekendheid. Daar zit een vitaliteit in die ik prachtig vind.”
“Jan van Kessel was ook zo’n ondernemende man. Ik kende hem al sinds ongeveer 1980. We ontmoetten elkaar overal. Op straat, in een wegrestaurant langs de snelweg, op de bouw. We hadden een klik. Soms kwam-ie ook met zijn Porsche het erf op rijden. De ene keer voor een kop koffie en een gesprek, soms nam hij een kunstwerk mee voor een relatie. Hij zat altijd vol geintjes en anekdotes. Over zijn vrouw en kinderen sprak hij altijd vol liefde, hij heeft zijn gezin ook een keer meegenomen naar mijn atelier. Het was een slimme jongen met een breed interesseveld die mensen goed kon lezen en die snel verbanden kon leggen. Jan werd aangetrokken door de kunst omdat dat een gebied was waarop hij nog niet helemaal thuis was, maar hij plukte er wel altijd mooi werk tussenuit. Hij hield van architectuur, was gevoelig voor mooie gebouwen. Jan had een persoonlijkheid waarmee hij sterk aanwezig was. Hij was het middelpunt van zijn eigen universum. Als hij weg was, bleef ie altijd nog even hangen. Toen er een beeld van mij zou komen op een industrieterrein in Waardenburg en daarvoor een speciaal fundament moest komen, was er vanuit de gemeente te weinig budget. ‘Dan doe ik het wel’, zei Jan. En als hij het deed werd het ook goed en degelijk gedaan. Het was goed samenwerken met hem. Wat we in elkaar herkenden, was dat we allebei vrije jongens zijn. Hij had iets onvoorwaardelijks, een gevoelige, bijna jongensachtige kant. Het was een man met een sterke wil, maar ook iemand die met liefde keek.”
Wat een kunstenaar nodig heeft is vertrouwen en een vrije hand, heeft Arma op een briefje op de deur gehangen.
Ad Arma: “Ik vind dat je een kunstwerk aan de kunstenaar over moet laten door hem of haar het vertrouwen en de creativiteit te geven. Ik verricht tevoren altijd historisch onderzoek en kijk goed naar de omgeving om daarmee wat te doen. Ik verras graag.”
Zijn Arma’s vroege beeldhouwwerken heel robuust, zijn latere werk bestaat uit ranke, verticale werken die naar de lucht reiken.
Ad Arma: “Ik ga als kunstenaar steeds uit van de dingen buiten mezelf, het moeten geen egodocumenten worden. Een kunstwerk geeft ook geen antwoord, het roept de juiste vragen op. In een goed kunstwerk is vooral een goede energie getransponeerd.” Arma lijkt even volledig opgenomen te worden in de groove van de muziek van het Art Ensemble of Chicago om even later te vervolgen: “Als je deze muziek aan hebt staan, hoe is het dan mogelijk om geen mooie kunst te maken. Deze muziek gaat mee in mijn werk, geeft er lekkere golfjes aan.”
In zijn schilderijen, die hij reisspiegels noemt, werkt de kunstenaar vooral het thema Spitsbergen uit. Toen Arma in 2007 kunstenaar van het jaar werd, kreeg hij niet alleen een geldbedrag, maar ook een reis aangeboden.
Ad Arma: “In de herfst ging ik samen met mijn vrouw aan boord van de zeilschoener Het Noorderlicht. IJzig koud laveerden we over de Barentszee langs ijsbergen. Op Spitsbergen ontmoet je de leegte. Tot in de lente heb ik gewerkt aan olieverfschilderijen die geďnspireerd zijn op die reis”.
Arma laat doeken zien van noordelijke landschappen, veelal met veel wit en van heel verfijnd tot rauw. Van de serene gelaagdheid van een wateroppervlak tot ruige, witte stenige landschappen met daarin als schatten in de sneeuw ingebedde steentjes.
Ad Arma: “Sinds kort ben ik ook met het thema resonantie bezig, ik kwam daar toevallig op toen ik in de tuin hoorde dat een aantal afzonderlijk zoemende insecten ook een gezamenlijke boventoon voerden. Maar ook door het geluid van mijn busje dat mee gaat ronken met het diepe geluid van de vrachtwagen ernaast. Die compositie van de resonantie zie je nu in mijn werk doordringen met lijnen, vorm, kleur en ritme.”
“Hoe het leven zonder kunst eruit zou zien? Dan hadden we niet eens bestaan, alles bestaat bij de gratie van verbeelding. Het zou kleurloos en karakterloos zijn. Kunst opent deuren naar de toekomst, representeert het vrije denken dat nooit onderdrukt mag worden. Goede kunst draagt goede energie, een goede weerklank in zich. Soms zit er wel wat in van de melancholie die je met je meevoert, verdriet dat implodeert en in kleine druppeltjes in mijn werk terecht komt. Dat heeft te maken met verlies, maar ook het besef dat wat geweest is geen verloren tijd was omdat die goed was, omdat die voor altijd blijft. Tegelijkertijd het besef dat je verder navigeert.”
Vertrekken in de diepblauwe nacht bij Arma heeft iets geruststellends. Als wij allemaal gaan slapen, blijft Ad Arma - tot de eerste vogels - waakzaam mooie dingen voor ons maken.
Cécile van der Heijden
Interview met Ad Arma (oktober 2007)
Uit uw weblog blijkt uw grote liefde voor Aziatische landen: India, Nepal, Japan. Welke invloed heeft Azië op uw werk? bijv. kleuren of vormen, hoe komt dat tot uiting?
Ad Arma: India bracht de warme gloeiende kleuren. Toelaten. Kleur is taal. De veelheden, stapelingen, en verwijzingen naar het al zo'n 5000 jaar oude Hinduisme met zijn vele goden, de symmetrische op de straat getekende patroon-tekeningen etc., etc. De vreedzame concentratie van de filosofie van het Buddhisme met zijn mandala's en mantra's, strukturen in de huid, warmte. De schoonheid van de abstractie van schrift en tegelingen van de Moslim-tempels.
Het is een land dat in vele tijden tegelijk leeft. Het ene moment waan je je in de 14e eeuw en het volgende moment word je overrompeld door technologische noviteiten. Het is groot, heel groot, met heel veel verschillende mensen en culturen, die relatief gemakkelijk en intensief samen leven. Zeker als je kijkt hoe dicht men daar op elkaar leeft in een sterke straatcultuur en met intense familiebanden. Op die banden komt het overleven aan. Sociale intelligentie. Écht gedeeld lief en leed.
Dagen in de open deuren van een voortboemelende trein, rondknorren in riksja's en baggelbussen, waardevolle open gesprekken met aardige, oprecht nieuwsgierige mensen. Intens levend in het moment. Uitersten, tegenstellingen ..Zo kan het ook! En deze ervaring relativeert het soms ontevreden, welvarende en tegenwoordig helaas ook intolerant wordende Nederland. We snijden écht kontakt af in vooringenomenheid. De klank van het angstige 'maar, maar '... Als ik terugkom in Nederland en vers rondkijk dan vraag ik mij af waar dit allemaal over gaat. Maar mijn schetsboekje is vol. Daar kan ik weer maanden op voort! Ik laat in de nacht al die indrukken weer vrijelijk stromen en probeer ze naar een veld van sfeer te brengen waar ruimte en tijd weg vallen. Alleen de aanwezigheid, het eerste dat wij delen, toelaten. Zoeken naar wat de gemene delers zijn. Niet willen benoemen of definieeren, alleen de Droomvelden.
Japan is juist weer veel vérder in ontwikkeling. Dat voel je. Veel fijner in omgangsvormen en intenser in beleving. (Ons stereotype beeld van de Japanner is slechts een kluchtige karikatuur.)
Maar ook daar weer dat samengaan van hedendaags met tradities die heel ver terug grijpen, veel verder dan de onze, want wij zijn nog maar kort aan beschaving toe. Heb er veel geleerd over anticiperen op de ander, elkaar goed lezen zonder alles uit te hoeven spreken. De kracht van de kleine attentie. Eindeloos geduld. In mijn werk manifesteerde zich de spontane lijn vanuit de Shinto en Zen beleefde Sumi-E techniek. Grover natuurlijk. Hollands. Maar het voegde iets toe aan mijn houding ten opzichte van het werk. De intense waarneming van de natuur en de abstrahering van die beleving bijvoorbeeld. Soms getormenteerd, met schoonheid van pijn, want die natuur manifesteert zich daar ook frequent in typhoons, aardbevingen en tsunami's, die elk moment de serene schoonheid kunnen openbreken met enorm geweld. Fascinerend. Anders. Ik heb er vrienden voor het leven gevonden. Maar goed, die techniek, ... Een grondhouding waarbij je als het ware probeert die beleving door je heen te laten stromen in het maken, er deel van te worden, het voertuig ...
Onlangs had ik bezoek van een collega uit Japan. Zij kwam voor het eerst naar Nederland. We zijn samen over de dijkjes gaan rijden, pontjes over, oude stadjes, Kasteel Hernen ... Door haar ogen zag ik deze omgeving opnieuw. Wat een prachtig land is dit toch! Luchtspiegelingen in water, duizenden verschillende groenen, bewegende wolkenvelden naar de verte, plotse lichtwisselingen en de altijd voortstromende rivieren ...
Ik was nog bezig met een serie doeken over de dynamiek van de eindeloosheid, en heb dit thema weer opgepakt door het zien van de witte schoonheid van de Himalaya in Nepal en door een zeiltocht over de arabische Zee. Die sferen gaan toelaten. Ze gaan zich zeker straks mengen met mijn andere thema's. Er is nog veel te doen ...
Wat betekent voor U kunst ?
Ad Arma: Kunst comuniceert zonder woorden. Het is mijn leven. Er is geen definitie mogelijk. Neemt elke keer een andere vorm aan. Voedsel voor de geest, een eerste levensbehoefte. Wie dat veld betreedt vindt er rijkdom en intense genieting. Je moet je er voor leren open te stellen, afstand doen van voor de hand liggende conventies. Antennes uitsteken en waarnemen, puur nieuwsgierig er in gaan. Heerlijk om op het verkeerde been te worden gezet, je achteraf blijven afvragen wat je nou gezien of ervaren hebt, er helemaal niets van snappen of juist de schok van de herkenning. Het willen weten ňf je er alleen over verwonderen, iets goed vinden of juist niet.
Hoe meer je ziet, leest en hoort dat buiten het direkt herkenbare valt, hoe fijner de afstemming wordt. Kunst is waar beschaving zich in spiegelt, maar ook wat er van beschavingen over blijft. Veel meer dan franje of decoratie. Een gemeenschap is pas een gemeenschap als zij Kunst, vrije kunst, kan toelaten en produceert. Waar in de toekomst ook onze tijd aan zal worden afgelezen. Een veld dat voor iedereen vrij ligt om te betreden. Kwetsbaar voor onbegrip, gevreesd door dwingende of vernauwd denkende machtsgeesten. Eenmaal gevonden als genieting, een liefde voor het leven. Te lezen, naar theater te gaan, concerten meemaken van pop tot piepknor, films zien, genieten van mooie gebouwen, van zowel de kleine als de grote kunst. Dat is waar het om gaat.
Wat maakt iemand tot een goed kunstenaar ?(in uw ogen)
Ad Arma: Moeilijke vraag. Een goed kunstenaar? Bezieling misschien? We doen allemaal naar vermogen ons best. Voor elke kunstenaar is er een andere bron en oorsprong.
Het is iets wat je overkomt. Op een gegeven moment kan je geen andere kant meer op. De kunst moet geleefd worden.
Picasso's laatste woorden waren: 'de kunst moet elke keer opnieuw worden uitgevonden', ... dat is wel een mooie ...
Het is een alles of niets-métier, een levensinstelling. Vraagt ook veel, want je laat de maatschappelijke zekerheden los. Daar komt natuurlijk ook iets voor terug. Maar uiteindelijk is er wederom geen criterium. Je kunt dat alleen voor jezelf zijn. Hoe minder concessie je toelaat hoe dieper de voldoening in het Maken ... Uiteindelijk is elk mens, elke kunstenaar, maar beperkt in 'kunnen'. Het is zaak om langs de randen van dat kunnen te blijven schuren tot ze een stukje wijken en misschien iets nieuws laat zien, een vervolg, een spoor om te volgen zonder te weten waar het heen zal gaan. Het eigene bewaren. Dat is het misschien: dat het eigene er een intens beleefde neerslag in heeft gevonden.
Hebt u altijd hiervan uw beroep willen maken?
Ad Arma: Nee. Ik heb nu wel ineens een sterke herinnering dat ik als jongetje een typisch rooms boek met veel moraal heb gelezen uit de bibliotheek van de kostschool waar ik toen op zat. 'De Beeldhouwer van de Krakatou", of zo iets. Daarin werd de belevingswereld van een beeldhouwer in de grotten van die berg omschreven en ook een uitstapje gemaakt naar de werkplaats van Albrecht Dürer. Vanaf dat moment ging mijn interesse ineens veel verder dan de glas in lood ramen van de kerk. Ik wilde die prenten van Durer zien en ben meer over kunst gaan lezen. Dat heeft mij toen wel gefascineerd, maar dat gold voor Winnitou en Old Shatterhand natuurlijk ook! Van huis uit kwam het niet mee. Maar wie weet hoeveel impact zo iets kan hebben op je leven? Er was een broeder op die kostschool die een eigen hokje had waar hij koperen voorwerpen klopte en smeedde. Ik ben daar toen veel bij gaan zitten en heb er mijn eerste werkjes gemaakt, was altijd bezig met allerlei knutselwerk en tekeningetjes, zwierf graag alleen door de bossen, soms samen met de Deense Dog die bij die kostschool hoorde. En leefde flink in dromen en fantasie. Eigenlijk doe ik dat nu nog steeds, zwerven en maken.
Als u een opdracht ontvangt, hebt u dan altijd een vaste werkvolgorde?
Ad Arma: Men kiest mij vanwege het werk dat ik al heb gemaakt. Ik beschouw mijzelf dus vrij, maar luister goed naar de intenties en wensen. Hoe minder omschrijving hoe beter natuurlijk. Je hebt soms van die opdrachtsomschrijvingen die al zijn voorgekookt door een commissie van wijzen. Die doe ik niet. Maar als er ruimte is gelaten, graag! Als het om een beeld gaat komt er onderzoek naar de ruimte, geschiedenis en omgeving van de aangegeven plek. Zowel ruimtelijk als inhoudelijk. Dan maak ik een aantal schetsjes of/en modellen. De keuze is aan de opdrachtgever. Werken op een thema kan ook leuk zijn.
Wat zou de prijs van kunstenaar van het jaar voor u betekenen?
Ad Arma: Dit valt nu alweer een paar jaar als een steen in mijn vijver. Ik schrik me elke keer rot, raak wat van slag en vraag mij af waar die nominatie aan verdiend is. Maar het is ook een publieksprijs en een hardstikke leuke opsteker natuurlijk.
Het werk moet gewoon de volgende dag weer gemaakt worden. Het is uiterst relatief, maar ik ben onzeker genoeg om het nu fijn te vinden om in dat rijtje te staan.
De idee van een kunstbal, tegenhanger/bloedsbroeder van het boekenbal is wel erg leuk.
Wat is er verbonden aan deze prijs, alleen (eeuwige) roem?
Ad Arma: 10.000Euro en ik geloof ook nog een reisje ... Ben aan een nieuwe grotere etspers toe.. die dingen zijn duur!
Is er iets dat u graag in het artikel kwijt wilt?
Ad Arma: Neem gerust een kijkje bij www.adarma-art.com
Als het je bevalt, graag een stem uitbrengen via.: www.kunstweek.nl/stemmen.asp. Ik kan nog wel een zetje gebruiken ...
(De vragen zijn gesteld door Paula van Wezel, freelance-journalist Tussen Maas en Waal)
|